14 maart 2012

Soldaten eer


Ik kom uit een militair nest. Mijn grootvader heeft gevochten in de Tweede Wereldoorlog en een oom van me heeft gevochten in Korea. Daarnaast heb ik een paar ooms die als officieren en onderofficieren hebben gediend in het Surinaamse leger. En dan is er mijn vader.


Mijn vader was een Amerikaans beroepsmilitair die eind jaren zestig van de vorige eeuw in Duitsland was gestationeerd alwaar hij mijn moeder leerde kennen. Nadat zijn diensttijd in Duitsland erop zat, kreeg hij orders terug te keren naar Amerika. Echter niet alvorens op Duitse bodem liefdevol zorg te hebben gedragen voor de verwekking van uw toegenegen columnist.

Het was de periode van de Vietnamoorlog en mijn vader werd als onderofficier met duizenden andere Amerikaanse soldaten naar dat onbekende, godvergeten land gestuurd om te gaan vechten. Gedurende de periode dat hij daar vocht, stuurde hij tientallen brieven naar mijn moeder welke zij ergens gedurende mijn tienerjaren aan mij overdroeg. Daar mijn vader rond mijn derde levensjaar vermist raakte in de oorlog, zijn deze brieven de enige band die ik met mijn vader heb en de enige manier om hem te leren kennen. Toen ik jonger was, had ik moeite met het beeld van mijn vader dat uit de brieven naar voren kwam. Inmiddels ben ik vele jaren ouder dan mijn vader was, toen hij die brieven schreef en ik herken veel van hem in mijzelf. Ik vecht tegen dezelfde innerlijke demonen waar hij tegen vocht en deel zijn voorliefde voor verboden vruchten en de duistere kanten van de menselijke ziel.

Mijn vader heeft mensen gedood. Veel mensen gedood. En in een schemerige oorlog als die in Vietnam was het niet altijd even duidelijk of degene die je had gedood daadwerkelijk de vijand was. Daarnaast heeft mijn vader in de oorlog beslissingen genomen die ter discussie stonden en die hem voor de krijgsraad hebben doen belanden. Mijn vader heeft zowel in zijn brieven als voor de krijgsraad altijd de verantwoordelijkheid voor zijn daden op zich genomen en nooit geprobeerd de schuld in andermans schoenen te schuiven of een zondebok te zoeken.

Wat een schril contrast met de oud-officieren en onderofficieren die we tijdens het 8 Decemberproces voorbij hebben zien komen draven. Op laffe wijze werd de verantwoordelijkheid afgewend op overleden strijdmakkers. Anderen konden zich zogenaamd niets voor de geest halen en weer anderen, waaronder de toenmalige bevelhebber, kwamen simpelweg nooit opdagen. Het zijn dezelfde mannen die de mond vol hebben over het herinvoeren van de dienstplicht die zelf te laf zijn om de verantwoordelijkheid op zich te nemen, openheid van zaken te geven of simpelweg aan te geven dat zij op de bewuste plek aanwezig waren. Als voormalige officieren zo laf zijn, kan ik me voorstellen dat men de dienstplicht wil invoeren. De beelden van deze schuinsmarcheerders en angsthazen zijn niet bepaald een wervingscampagne en tja, dan is de enige manier om jongeren onder de wapenen te krijgen middels de punt van een bajonet.

Voor een echte soldaat gelden zaken als eer, loyaliteit, discipline en integriteit. Mijn vader heeft in de Vietnamoorlog handelingen verricht die niet altijd de schoonheidsprijs verdienden. Maar ik ben trots om zijn zoon te zijn, omdat hij met rechte rug de verantwoordelijkheid op zich heeft genomen en bereid was de gevolgen van zijn daden te ondergaan. De vraag die de oud-militairen die tijdens het 8 Decemberproces zo een schijnvertoning hebben opgevoerd zichzelf moeten stellen is of hun zonen datzelfde van hen kunnen zeggen.

12 maart 2012

Kruiwagens


Toen ik bijna 2 decennia geleden met een koffer vol idealen en ethiek op Zanderij landde, was ik onthutst over de Surinaamse regelcultuur. Als je jarenlang in Nederland hebt gewoond, dan ben je gewend dat de meeste ambtenaren, winkelbediendes en collega’s gewoon doen wat er van ze wordt verwacht zonder dat je je hele agenda moet nabellen op zoek naar iemand die iets voor je kan regelen.

Al snel mocht ik ervaren dat wanneer je in Suriname keurig je beurt afwacht, de meest triviale zaken kunnen uitlopen op een drama of een lijdensweg. Zo vereist de bouw van een woning of een gebouw in Suriname letterlijk en figuurlijk een heleboel kruiwagens. Een oom bij de SWM. Een nicht op het hypotheekkantoor. De neef van de buurvrouw bij het CBB. Zelfs een oud klasgenootje die op één of andere obscure afdeling werkt bij het Ministerie van Openbare Werken moet worden ingezet om zaken gedaan te krijgen die anders als door een onzichtbare kracht worden vertraagd of simpelweg worden tegengehouden.

Twee jaar geleden kocht ik een woning in een mooie en rustige buurt te Uitvlugt. Het huis was enigszins verwaarloosd, maar ik zag in een oogopslag dat ik er een paradijsje van kon maken. Uiteindelijk is het paradijsje er inderdaad gekomen, alleen kon ik toen niet bevroeden dat de architect, de aannemer en andere betrokkenen mij eerst een reis door de hel zouden laten maken alvorens ik zelfs maar de contouren van mijn paradijsje zou kunnen zien. Ik kan een boek schrijven over de ellende en hoofdpijn waar je mee wordt geconfronteerd in de bouw. Ik had me voorgenomen alleen maar met gerenommeerde bedrijven te werken in de naïeve veronderstelling dat dit een garantie zou zijn voor kwaliteit en goed werk en zeker niet op de laatste plaats hoopte ik dat deze bedrijven de juiste kruiwagens hadden om zaken vlot gedaan te krijgen.

Aanvankelijk leek dit te lukken. De benodigde vergunningen, stempels en handtekeningen werden zonder al teveel hoofdpijn in orde gemaakt en warempel, mijn droomhuis is al zo goed als af. Ik begon er weer plezier in te krijgen en na de inrichting van de tuin en de aankomst van de meubels kon het aftellen beginnen. Dit aftellen moet echter geschieden met kaarslicht want een klein detail was nog niet in orde gemaakt. De EBS. Na weken aandringen kreeg ik uiteindelijk de offerte voor de aangevraagde verruiming van het stroomnet. Het was even slikken. Ik moest een dusdanig hoog bedrag betalen dat ik meende dat de EBS een kerncentrale voor mijn huis zou bouwen. Niettemin heb ik het bedrag gelijk betaald en verheugde ik me erop dat ik spoedig in een airco gekoelde kamer zou zitten en kon genieten van een ijskoud drankje uit de koelkast. Niet dus.

Ik heb iedereen die ik maar kende ingezet in een poging om mijn aansluiting in orde te krijgen, maar tevergeefs. Via enkele van mijn kruiwagens heb ik inmiddels begrepen dat de vereiste en door mij betaalde transformator nog niet eens is besteld door de EBS en dat dit nog een tijdje kan duren. Terwijl ik zwaar gefrustreerd wegrij van mijn onverlichte woning, passeer ik een grote pas in aanbouw zijnde Chinese supermarkt. Tot mijn verbijstering zie ik de EBS druk doende een transformator te installeren. Ik sla mijzelf voor het hoofd. De belangrijkste kruiwagen om zaken in Suriname gedaan te krijgen ben ik vergeten! 
Een kruiwagen met smeergeld.

7 maart 2012

Foute leraren


Sta mij toe een boute stelling te poneren: een flink aantal Surinaamse leraren is indirect verantwoordelijk voor de criminaliteit in het land. Voordat de Bond van Leraren (BVL) haar leden  oproept weer te gaan staken totdat ik deze stelling heb ingetrokken en een publiekelijk mea culpa heb uitgesproken, wil ik mijn stelling onderbouwen.

Ik heb een omschrijving van de bekwaamheidseisen voor een goede leraar kunnen vinden. Om te beginnen moet een leraar uitstekende vakkennis hebben die hij op een goede manier moet kunnen inzetten als hij met leerlingen werkt. Daarbij spelen pedagogisch inzicht, didactische vaardigheden en organisatorisch talent een grote rol. Hij zal altijd proberen het beste te halen uit al zijn leerlingen en instaat zijn goed te kunnen samenwerken met collega's, ouders van leerlingen en met onderwijsinstanties. Een goede leraar moet dus heel wat kennen en kunnen, waarbij een goede beroepsopvatting en beroepshouding essentieel zijn.

Wanneer wij deze eisen gaan stellen aan Surinaamse leraren kan een groot gedeelte van hen vermoedelijk thuis blijven. Niet dat dit een probleem voor hen zal zijn, want onder de bezielende leiding van de BVL lijkt het wel of ieder flut argument wordt aangegrepen om te kunnen staken en vroeg naar huis te kunnen gaan. Begrijp me niet verkeerd. Het vak van leraar is in Suriname ondergewaardeerd en er zijn een heleboel leraren die zich vol ijver en onbaatzuchtig inzetten voor hun leerlingen. Maar er wordt te vaak en te makkelijk gegrepen naar het stakingsmiddel. Het beroep van leraar is een edel beroep waar vroeger vol bevlogenheid voor werd gekozen. Nu kiezen studenten voor het vak omdat ze “tja, toch iets moeten studeren” en belanden ze ongemotiveerd voor de klas.

Vorige week konden we weer getuigen zijn van een nodeloze staking op HAVO II waarbij vanwege een geschil tussen de leraren en de directie leerlingen dagenlang verstoken bleven van onderwijs. Aangezien de leraren en de directie niet meer door één deur konden en niet meer met elkaar wensten te spreken, werd er een interim-manager aangesteld die als buffer zal dienen tussen de ruziënde partijen. Zeg maar een veredelde boodschappenjongen. Fraai voorbeeld voor de leerlingen. Hun eigen leraren die niet eens in staat blijken te zijn als geciviliseerde mensen met elkaar te communiceren. Vrolijk werd nog even bekendgemaakt dat de verloren dagen ingehaald zullen worden. En daar zit hem de angel. 


De leraren zijn altijd zo druk bezig met hun eigen besognes dat het niet tot hun doordringt dat het leven voor studenten ook geen rozengeur en maneschijn is. Velen komen uit gebroken gezinnen of worden thuis geconfronteerd met moeilijke economische omstandigheden. Anderen staan onder druk van leeftijdgenoten die vroegtijdig de schoolbanken hebben verlaten en ogenschijnlijk op een makkelijke manier veel geld verdienen. Op school worden ze geconfronteerd met ongeduldige en geïrriteerde leraren en wordt tegenspraak niet getolereerd. Veel van het lesmateriaal wordt afgewimpeld op ouders of de studenten zelf en veel leraren nemen niet de moeite om wat extra tijd te investeren in een “moeilijk” of langzaam lerend kind. Vervolgens misbruiken de leraren ten eigen bate ook nog eens hun recht op onderwijs en mogen ze als de staking voorbij is extra hard gaan buffelen om het lesmateriaal in te halen. Het gevolg is veel gefrustreerde, vroegtijdige schoolverlaters die zonder diploma’s vrijwel kansloos op straat belanden en voilà, de cirkel is rond. De volgende keer dat een leraar vloekend op school komt omdat er die nacht bij hem is ingebroken moet hij eens bij zichzelf te raden gaan of hij zich wel volledig inzet ten behoeve van zijn leerlingen om de aanwas van toekomstige crimineeltjes tegen te gaan.

29 februari 2012

Zwarte beschaving

Enige tijd geleden maakte een delegatie van gepensioneerde, Surinaamse notabelen een boottochtje op de Saramaccarivier. Terwijl het er aan boord zeer geanimeerd aan toeging, kwam er een bootje langszij en klommen een paar met houwers bewapende marrons aan boord die het gezelschap ruw van hun kostbaarheden beroofden. Eén van de heren, een voormalig directeur van een parastataal bedrijf, mocht als dank voor zijn jarenlange inzet voor de ontwikkeling van het land zelfs een kap van een houwer incasseren. De ironie wil dat dit gebeuren plaatsvond op de dag van de Zwarte Beschaving.


Voor velen en met name Afro-Surinamers, kleeft er aan marrons nog een aura van romantiek en heldhaftigheid. Ook ik genoot van de avontuurlijke verhalen van Boni, Baron en Joli Coeur die plantages aanvielen, slaven bevrijdden en wraak namen op wrede plantagehouders. Helaas is een grote groep nakomelingen van de marrons drukdoende de reputatie van hun voorouders te verkwanselen. In het weekeinde werd een ontsnapte en wegens moord veroordeelde marron in het binnenland door de politie opgepakt. Een grote groep dorpelingen uit het dorp van de man, keerden zich dermate agressief tegen de agenten dat deze genoodzaakt waren waarschuwingsschoten te lossen om zichzelf met hun gevangene te ontzetten.

Een soortgelijke situatie vond in oktober van het vorige jaar plaats aan de Saramaccastraat. Een man kreeg van een Chinese winkelier een paar klappen te incasseren toen hij probeerde de Chinees op te lichten. Binnen een mum van tijd liep het gebeuren uit op een oproer toen groepen marrons de Chinees te lijf wilden gaan. Ook hier werd de toegesnelde politie gedwongen waarschuwingsschoten te lossen toen ze door de menigte werd belaagd en bekogeld. Een onschuldige omstander werd dodelijk getroffen. Met het schuim op de lippen schreeuwden de marrons moord en brand tegen de politie, echter het bloed van deze onschuldige man komt over de hoofden van het gepeupel die de agenten aanvielen. 

Ik kan het lijstje nog verder uitbreiden. Nadat in 2009 te Papatam een marron met een criminele reputatie tijdens een ruzie werd doodgestoken, ontketenden marrons een pogrom tegen Chinezen en Brazilianen. Winkels werden geplunderd, gebouwen in brand gestoken, Braziliaanse vrouwen werden verkracht en tientallen onschuldigen werden gekapt en zwaar mishandeld.

Ik denk dat er een schone taak is weggelegd voor gedragswetenschappers om dit fenomeen te onderzoeken, want dit gedrag van de marrons is voor mij een compleet raadsel. Een marron die in de stad rooft, moord of verkracht veroorzaakt niet alleen materiële en emotionele schade bij zijn slachtoffers, maar rooft en verkracht ook de reputatie van zijn broeders en zusters. Als gevolg van de haat en het wantrouwen bij de slachtoffers en hun omgeving worden namelijk ook de vele eerlijke en hardwerkende marrons gestigmatiseerd. Wellicht dat de marrons hier eens aan moeten denken voordat ze weer eens één van hun voor moord of roof veroordeelde broeders in bescherming nemen of menen agenten te moeten aanvallen. Wanneer ik een onschuldig persoon zou beroven of vermoorden en ik zou naar mijn moeder vluchten voor hulp, zou zij alvorens de politie te bellen mij dusdanig trappen en aftakelen dat de agenten datgene wat van mij over zou zijn gebleven per ambulance konden afvoeren. De politie zou mij tegen mijn moeder in bescherming moeten nemen. Geen haar op haar hoofd die eraan zou denken een criminele en ontspoorde zoon bescherming te bieden en schuil te houden voor de justitie.

Een paar maanden geleden, toen te Maripaston marrons wederom Chinese winkels hadden geplunderd, zei de kapitein van Commissariskondre dat hij Chinezen en Brazilianen uit zijn gebied zou weren.
“Sneisi nanga Brasyon ini a busi e tya roof”, aldus de kapitein. Ik moest even achter mijn oor krabbelen. Marrons plunderden Chinese winkeliers en dat hadden de Chinezen dus aan zichzelf te danken? En als een Chinees of een Braziliaan met door de Staat van Suriname afgegeven vergunningen een zaak wil openen in het bewuste gebied, zou hij dus worden verjaagd? De vraag popte in me op wat de gevolgen zouden zijn als een districtscommissaris van Paramaribo zou zeggen dat vanwege de vele overvallen, marrons niet meer welkom zijn in de stad.
Vorige maand werd de dag van de Zwarte Beschaving wederom gevierd. Wellicht is het tijd voor wat introspectie binnen de zwarte gemeenschap en kan er moeite worden gedaan enkele van de hiaten in die beschaving te dichten.