9 november 2011

Het nieuwe mensje

Een vriendin van me had gevraagd of ik haar zou kunnen bijstaan bij haar bevalling. Ik voelde me vereerd en was extatisch van vreugde! Mijn verzoek of dat vanwege mijn drukke agenda ergens in de namiddag zou kunnen plaatsvinden werd met hoongelach ontvangen. Navraag wees uit dat nieuwe mensjes een voorkeur hebben voor de vroege uurtjes en het liefst op de meest onmogelijke momenten. En inderdaad. Twee weken lang had ik allerlei regelingen getroffen om beschikbaar te zijn. Ik sliep nauwelijks en keek iedere nacht met bloeddoorlopen ogen naar mijn telefoon om bij de eerste de beste rinkel met piepende banden mijn vriendin naar het ziekenhuis te racen. Maar nee, het nieuwe mensje verkoos juist de dag dat er een peperdure, buitenlandse consultant bij mij op kantoor zou beginnen.


Het restje enthousiasme dat ik nog had verdampte toen ik midden in de nacht met mijn van de pijn kermende vriendin aan de arm de verloskamer binnenstrompelde. Ik voelde me als een mals, jong konijntje dat vrolijk een roedel hongerige wolven was binnen gehuppeld. Alleen maar huilende, krijsende vrouwen om me heen die mij met verwijtende blikken aankeken. Zelfs de houding van sommige zusters bezorgde me een schuldgevoel omtrent mijn man-zijn. “Tyuri! Weer zo een man die zijn ding niet in zijn broek kon houden!” 


Terwijl mijn vriendin kronkelend van de pijn op de tafel lag en onder het uitstoten van allerlei duivelse geluiden mijn hand tot pulp kneep, was een andere vrouw in de kamer naast ons bezig behalve haar kind ook haar longen uit het lijf te krijsen. Ik was in hel. Als man voel je je bij een bevalling niet alleen schuldig, maar ook totaal nutteloos. Zusters rennen om je heen. Er wordt gegild en gehuild. En niemand vertelt wat er van je wordt verwacht. Na een paar uur persen, puffen en zuchten was het moment suprême aangebroken. 


Ik heb een flinke lijst aan fobieën waar ik verschillende psychologen in hun onderhoud mee voorzie. Eén van die fobieën is het vrouwelijk geslachtsorgaan. De aanblik daarvan geeft mij een gevoel dat zich ergens bevindt tussen een belastingaanslag, een prostaatonderzoek en een grote spin die boven je bed bungelt. Het zien van het nieuwe mensje dat krijsend en onder het bloed daaruit komt glibberen was in principe voldoende om mij tegen de vlakte te doen gaan, ware het niet dat het geknijp in mijn hand en het gegil van mijn vriendin mij op de been hield.


Dan volgt er plots een magisch moment. Er valt een stilte. Alle pijn en gegil lijken van het een op het andere moment over te slaan in een serene rust. De zusters kijken mij plots vriendelijk en met een blik vol waardering aan en overhandigen mij een schaar. Terwijl ik met trillende hand de navelstreng doorknip, kijk ik naar het nieuwe mensje dat voor me ligt. Een jongetje. Het eindresultaat van maanden van pijn, moeite, liefkozingen en hoop. Toen viel alles op zijn plaats en herkende ik mijn rol in dit geheel. Tussen al de bevallende vrouwen waren het nieuwe mensje en ik de enige mannen. Of de andere mannen waren een stuk slimmer dan ik, of er was bij hen sprake van een gebrek aan ruggengraat. Nog met knikkende knieën en een misselijk  gevoel van het bloederige wonder dat ik heb mogen aanschouwen deed ik het nieuwe mensje een belofte: ik zal je als voorbeeld dienen hoe een echte man te zijn!

2 november 2011

Midlife crisis

De voortekenen waren er al een tijdje, dus ik wist dat het er een keer van moest komen. Ondanks het vaker laten staan van een goed glas whisky en junkfood begon mijn buik behoorlijk uit te dijen. Mijn familiejuwelen welke tot voor kort fier en vol zelfvertrouwen onder mijn buik hingen, zijn inmiddels verschrompeld tot een uitgedroogd bosje knippa’s, welke door niemand de moeite waard wordt geacht te worden geplukt. En op mijn hoofd vermenigvuldigen de grijze haren zich nog sneller dan een konkoni vol steroïde. Op de bewuste dag huilde mijn dochter bijna hysterisch.
“Ga je nu snel dood?”


Het ergste is dat niemand je waarschuwt voor wat je te wachten staat. Voor elke aandoening, ziekte, verslaving of alternatieve levensstijl is er wel één of andere hulpgroep en zijn er duizenden boeken en naslagwerken. Maar ik voelde me eenzaam en verloren.


Al een paar nachten lig ik badend in het zweet naar het plafond te staren. Wat te doen met de dagen die mij nog resten in dit menselijke bestaan? Een oorbel nemen? Een tatoeage? Een Harley kopen en met een achttienjarige, langbenige schone achterop rondjes door de stad rijden? En wat heb ik nu eigenlijk bereikt in het leven? Goed, ik heb een leuk draaiend bedrijf opgericht. Heb flink gereisd en veel landen en culturen leren kennen. Heb van de nodige verboden vruchten gesnoept en ben er zonder al teveel kleerscheuren vanaf gekomen. Ik heb de zoete liefde van de vrouw mogen smaken en de bittere nasmaak die daar vaak op volgt. Heb God verloren en weer gevonden. Ik heb een pracht van een dochter gemaakt die mij iedere dag meevoert naar de top van de berg van geluk om mij vervolgens weer te duwen in het diepe dal van verdriet. Maar was dit het? Was dit mijn leven?


Ik denk aan de vrienden die mij zijn voorgegaan. Sommige aan vervelende ziektes. Anderen hebben zich kapot gedronken en een paar zijn al of niet terecht vermoord. Wanneer je jong bent denk je onsterfelijk te zijn. Het leven ligt voor je open en als in een rijpe, zoete manja, zet je je tanden erin en geniet je met volle teugen. Met de nodige diploma’s op zak, een indrukwekkende curriculum vitae en een goed gevulde bankrekening, ligt de wereld aan je voeten. En dan is plots dat moment daar. De steen des werkelijkheid waar je vol met je hoofd tegenaan knalt.


Terwijl ik op de bank lig te mijmeren over de dingen die ik nog had willen doen in mijn leven, een bestseller schrijven, een Oscar winnende documentaire maken en een keer trouwen, plopt er een mailtje van Pim de La Parra binnen.
“Aloha beste Henry. Gefeliciteerd met dit nieuwe begin! Het gezegde “Life begins at forty” is zeker niet onwaar, dat kan ik je uit eigen ondervinding bevestigen. Leer je depressies koesteren, ze zijn voorboden van een verruimend inzicht. Ga er vrolijk doorheen en onthoud dit: alleen intelligente mensen kennen depressies.” En met de woorden van deze levensgenieter pur sang nog nadreunend in mijn hoofd, loop ik naar mijn bar, schenk een flink glas Blue Label in en kijk in de spiegel. Ik ben 40 geworden. Maar ondanks mijn buikje, grijze haren en andere kwalen liggen mijn beste jaren nog voor me. Ik knipoog naar mezelf en met een paar slokken drink ik mijn midlife crisis weg.

19 oktober 2011

Knorrende magen

Voor een ieder wiens wereldbeeld verder reikt dan Nickerie, zijn het interessante tijden om in te leven. Dictators die decennia lang de nodige Amerikaanse bommen en een scala aan westerse sancties wisten te overleven zitten nu in de beklaagdenbankjes of verschuilen zich in één of ander gehucht. Als leem in ijzer is het de verschillende burgerbewegingen gelukt de machtpositie van hun onderdrukkers uit te hollen en zich van hun ijzeren juk te bevrijden. De Westerse mogendheden zullen aangenaam verrast hebben toegekeken hoe despoten, die tot hun grote frustratie jarenlang op de grootste oliebronnen ter wereld zaten, binnen een mum van tijd door hun eigen bevolking aan de kant zijn gezet. Hun vreugde was echter van korte duur. 


Terwijl ze onderling gniffelend bezig waren de olievelden te verdelen, ontstond er in hun eigen achtertuin een zorgwekkende ontwikkeling. De Occupy Wall Street beweging die aanvankelijk begon met enkele honderden aanhangers is inmiddels uitgegroeid tot een organisatie met duizenden betogers met navolging in diverse andere grote steden in de wereld. In Amerika claimen de demonstranten 99 procent van de burgers te vertegenwoordigen welke gebukt gaan onder een enorme schuldenlast en werkloosheid en die staan tegenover de schatrijke 1 procent welke de touwtjes in handen hebben en die dankzij allerlei belastingvoordelen en speciale voorzieningen nog rijker wordt. Dagelijks sluiten meer en meer mensen zich bij de demonstranten aan ondanks de dreigende wapenstok en tientallen arrestaties waarmee de politie de zaak onder controle probeert te houden. Mensen die het moe zijn te moeten toezien hoe een kleine groep zich verrijkt terwijl zij nauwelijks hun gezin kunnen onderhouden. Mensen die vanwege bezuinigingen hun baan zijn kwijtgeraakt, terwijl zakenlui welke medeverantwoordelijk zijn voor de recessie en duizenden banen naar lagelonenlanden hebben verplaatst miljoenen dollars aan bonussen opstrijken. Studenten die jarenlang hebben gezwoegd en na hun studie opgezadeld zitten met een enorme studieschuld en vanwege gebrek aan werk hamburgers moeten flippen in de MacDonald’s. 


Ik moest aan deze gebeurtenissen denken toen ik in een lokaal nieuwsbericht las dat gezonde voeding en groente voor de lagere inkomensgroepen in ons land vaak te duur is. Gelet de huidige economische ontwikkelingen en de wereldwijde recessie die ook Suriname niet ongemoeid zal laten, is het te verwachten dat deze groep zal groeien. Spannend. Als ik één ding over de Surinamer heb geleerd, is het dat men niet aan zijn eten moet komen. Ontneem hem zijn vrijheden. Belazer hem met fantastische verhaaltjes. Belemmer zijn ontwikkeling. Hij zal het gelaten over zich heen laten komen. Maar ontneem hem zijn portieeten en je hebt een probleem. De boven ons gestelden zijn zich hier terdege van bewust. Met de Occupy Wall Street beweging in gedachten, zien zij het teken aan de Surinaamse wand. Zoals we onlangs in advertenties hebben kunnen lezen zullen de inlichtingenapparaten met 200-300 extra krachten worden uitgebreid. Deze spionnen zullen vermoedelijk niet worden ingezet om de grenzen te bewaken, maar worden aangetrokken om tijdig alarm te kunnen slaan als het volk na het betalen van een dagloon voor een bordje rijst, met knorrende magen richting het Onafhankelijkheidplein trekt. Het geeft je te denken. Is het niet ironisch dat een buitenlands bedrijf dankzij goud uit onze bodem record winsten boekt, terwijl een gedeelte van de bevolking niet eens geld heeft om een bosje groente uit diezelfde bodem te kunnen kopen? Food for thought.

12 oktober 2011

Niets dan goeds

“Die saka saka is dood.” Het was een opmerkelijk overlijdensbericht dat een vrouw enkele jaren geleden na het overlijden van haar man in de krant had geplaatst. Het was stof voor dagenlange discussies aan menig borreltafel. Veel mensen waren de mening toegedaan dat het ongepast was. Immers, over de doden niets dan goeds. Een enkeling, onder wie uw toegewijde columnist, kon het wel waarderen. Wie weet wat voor ellende de vrouw jarenlang heeft moeten verduren van haar man. 

Soms lees ik in overlijdensberichten de meest lovende woorden over mensen van wie ik weet dat de wereld een stuk plezieriger zou zijn geweest wanneer ze eerder onder de grond waren gestopt. Waarom positief schrijven over mensen die enorme hufters zijn geweest in hun leven? De man die mij als kind met gebroken botten het ziekenhuis insloeg en zeer creatief was in het vergallen van mijn jeugd, wenste ik jarenlang een zeer langzame en pijnlijke dood toe. Op de dag dat hij dood neervalt en mensen allerlei lovende en positieve berichtjes over hem schrijven, overweeg ik serieus een bericht te plaatsen welke die van de eerder genoemde dame zal doen verbleken. Of het over het paard getild rotventje dat zonder rijbewijs en door te hard rijden een man en zijn zwangere vrouw doodreed, dankzij zijn mammie zijn straf wist te ontlopen, om vervolgens een jaar later wederom door roekeloos rijgedrag iemand anders dood te rijden. Als het recht eindelijk zegeviert doordat hij met zijn auto met 180 km per uur tegen een blok gewapend beton opknalt, wat voor berichten zullen er dan verschijnen? “Hij was een goede jongen. Altijd lief voor zijn moeder en zeer sociaal bewogen.” Of recent het zevenjarig meisje dat door haar vader en haar oom zodanig is verkracht dat zij volledig uitgescheurd een maand lang in het ziekenhuis heeft gelegen en men vreesde dat zij als gevolg van de verkrachting met hiv was besmet. Wat voor berichten zullen verschijnen wanneer beide heren door hun medegevangenen dusdanig worden verwelkomd dat ze als gevolg hiervan het tijdelijke met het eeuwige verwisselen? “Onze lieve vader en oom. Groot was hun liefde. Groot het verdriet.”

Nieuwsgierig naar de reacties uit mijn omgeving heb ik met een vriend weleens gekscherend gesproken over het in scène zetten van mijn overlijden. Afgezien van een enkele ex die met vreugde om mijn graf zal dansen, hoop ik dat er ook mensen zullen zijn die oprecht een traantje zullen laten. Maar als man van het woord, ben ik vooral nieuwsgierig naar de overlijdensberichten. Er zijn mensen die kennis hebben gemaakt met mijn duistere kant en mijn bloed wel kunnen drinken. Te mijner verdediging, dit hebben zij geheel over zichzelf uitgeroepen. Zullen ook zij berichtjes plaatsen vol mooie woorden en lofprijzingen aan mijn adres? Volgens mij ga ik bij het lezen daarvan alsnog dood van het lachen.

hé op de dag van mijn begrafenis
als het gat gegraven is
wil ik liever geen bezoek aan huis
blijf die dag maar lekker thuis
maar kom maar langs
kom maar langs
kom maar langs
nu ik nog leef
op mijn grafsteen hé aan het eind
in mijn advertentie, zwart omlijnd
wil ik geen woorden als diepgeliefd, geen innig bemind
ik wil geen rust in vrede
op mijn lint
hé noem me lief
nu ik nog leef
noem me lief
nu ik nog leef.-.
(Harrie Jekkers: Nu ik nog leef)