15 juli 2010

Harde en lelijke waarheid

Mijn vriendenkring bestaat uit een gemêleerd gezelschap. Er zitten transseksuele prostituees tussen, directeuren van gerenommeerde bedrijven, kunstenaars, ingenieurs, een voormalige hasj verkoper, theologen en zelfs een bekende Surinaamse politicus. Gelet op de huidige politieke ontwikkelingen in het land geneer ik me enigszins om de politicus te vermelden, maar vriendschap vereist nou eenmaal een stukje loyaliteit. Ondanks de verschillende werelden waarin ze leven hebben al mijn vrienden een paar zaken gemeen. Ze beschikken over een enorm rechtvaardigheidsgevoel, een pikzwart gevoel voor humor, het lef om wanneer het nodig is hun stem te laten horen en ze zijn open en eerlijk. Zelfs de politicus is op zijn manier eerlijk. Meestal begint hij een gesprek alsof hij met een persconferentie bezig is, maar na een lachbui van mij volgt er een normaal gesprek, steevast ingeleid door de woorden: maar dit is off the record, hoor!


Mijn vrienden en ik vertellen elkaar altijd de waarheid. Hoe hard en lelijk deze soms ook mag zijn. Onlangs nog tijdens een gezellig etentje maakte een vriend een keiharde opmerking over mijn liefdesleven. Hij was zelf geschrokken van datgene wat hij had gezegd en nadat we elkaar een paar seconden verbouwereerd hadden aangekeken, barstten we in lachen uit. Hij had gelijk, maar om het zo in mijn gezicht geslingerd te krijgen was voor mij even slikken. Ik moest denken aan de woorden van een vriendin: a real friend stabs you from the front. Ik heb gemerkt dat wanneer je de reputatie hebt een eerlijk persoon te zijn die altijd de waarheid spreekt, je met heel veel wegkomt en mensen eerder geneigd zijn je je onhebbelijkheden te vergeven. Daarnaast werkt eerlijkheid zeer louterend omdat het echte vriendschappen verstevigt en het valse vriendschappen vaak met slaande deuren laat beëindigen.


Ik moest denken aan de gebeurtenissen rond Guno Castelen. Dankzij mijn vriend de politicus krijg ik regelmatig inzage in het reilen en zeilen van de Surinaamse politiek en was ik dus niet echt geschokt door het geknoei van van Castelen met de stembriefjes. In eerste instantie voelde ik deernis voor hem. Zijn partij is zo goed als verdampt en het moet geen pretje voor hem zijn om voor spek en bonen mee te mogen doen binnen het Nieuw Front. In een poging zijn positie toch nog enige vorm van importantie te geven, meende hij punten te kunnen scoren door te knoeien met de stembriefjes. Dit pakte iets anders uit dan hij had verwacht.


Er zijn al genoeg moraalridders die hem in het vizier hebben, dus ik ga me niet in dat rijtje scharen. Wat mij wel de nodige wrevel bezorgde was zijn gedraai en gekronkel rond het gebeuren. Wanneer hij onder zijn politieke broeders is, slaat hij zichzelf op de borst omtrent zijn daad. Als Santokhi hem een held en klokkenluider noemt vanwege het feit dat hij door het kenmerken van de stembriefjes vermeend verraad aan het licht heeft gebracht zit hij als een pauw te glunderen. Maar wanneer hij nog geen minuut later door politieke tegenstanders omtrent deze toch wel dubieuze daad aan de tand wordt gevoeld, ontkent hij in alle toonaarden en wringt hij zich in allerlei bochten. Het summum is wel zijn opmerking dat zijn paraaf altijd verschilt. Heel het land weet wat je hebt gedaan. Je hebt het aan je politieke vrienden ruiterlijk toegegeven. Waarom verspeel je het restje waardigheid dat je nog hebt door te gaan liegen? Wees eerlijk. Je zal dan nog steeds kritiek over je heen krijgen, maar je krijgt in elk geval nog wat respect.


Helaas is dit geval niet een op zichzelf staand feit. De laatste weken is er in politiek Suriname onder het mom van ‘s lands belang behoorlijk met de waarheid gejongleerd. De inkt op gesloten verdragen was nog niet droog of er werd al woordbreuk gepleegd en met andere politieke partijen in bed gekropen. De eerste DNA-vergaderingen waar velen reikhalzend naar hebben uitgekeken deden denken aan een vismarkt waar op emotionele en platvloerse wijze over en weer beschuldigingen werden geuit.


Duizenden jongeren die voor het eerst mochten stemmen zijn als stemvee gelokt om te mogen proeven van de geneugten van de democratie. Wel lieve jongens en meisjes, dit wat jullie de afgelopen dagen hebben mogen aanschouwen is dus politiek. Mocht je de hoop hebben gekoesterd door je stem de toekomst van jezelf en van het land vooruit te hebben geholpen dan ben je nu waarschijnlijk een ervaring rijker en een illusie armer.


Een wijs mens heeft ooit gezegd: stel je vertrouwen niet op mensen of op edelen. Jouw toekomst en dat van je kinderen heb je zelf in de hand. Studeer, werk hard, ontwikkel jezelf geestelijk en werk aan je waarden en normen. En geloof het of niet, daarmee bouw je werkelijk aan de toekomst van ons mooie landje zonder je pink in een flesje inkt te hoeven dopen en je achteraf te moeten schamen voor de mensen waar je een stem op uitgebracht. 
En dat is de harde en lelijke waarheid.

9 juli 2010

Minstens vijf keer per dag lachen

“Je kunt maar beter doen waar je zelf zin in hebt, het is toch nooit goed”, verzuchtte een kennis van me een tijd geleden. We hadden het over de opvoeding van kinderen en de zijne waren voor hem een bron van zorg. Eind twintigers die worstelen met hun identiteit, diversen studies vroegtijdig hadden afgebroken en wiens beste levensjaren hij onbenut ziet wegglippen. Vooral het feit dat hij niet tot hen kon doordringen stemde hem somber. Ik weet natuurlijk niet hoe hij thuis is of wat voor een vader hij is geweest toen zijn kinderen klein waren, maar ik ken hem als een ruimdenkend en erudiet man met een flinke dosis humor die alles voor zijn kinderen overheeft. Klaarblijkelijk zijn zulke eigenschappen in een vader niet voldoende om als kind je leven op een goede manier te starten.

Ik moest denken aan mijn eigen dochter. Toen ik haar als baby voor het eerst tegen mijn hart drukte heb ik een belofte gedaan dat ik haar minstens vijf keer per dag zou laten lachen. Zoek er geen logica achter, het is waarschijnlijk één van die dingen die je alleen als zielsgelukkige, jonge vader begrijpt. Tot op de dag van vandaag heb ik mij aan mijn belofte kunnen houden. Nu moet ik bekennen dat mijn dochter een zeer vrolijk en levendig kind is dat vrijwel de hele dag lacht, dus hoef ik mijzelf niet echt veel moeite te getroosten om mij aan mijn belofte te houden. Daarnaast is mijn dochter op een leeftijd dat het woordje bil al voldoende is om haar tot tranen toe een lachstuip te bezorgen. 

Al vanaf haar vroege babyjaren lees ik verhaaltjes aan haar voor en ik ken ik alle afleveringen van Dora uit het hoofd. Ik schaf het meest educatief verantwoord speelgoed aan en mijn privéleven wordt gedomineerd door bezoekjes aan de dierentuin, speeltuinen, de ballenbak en met vriendjes en vriendinnetjes zwemmen of buiten de stad gaan. Maar met de ervaringen van mijn kennis in gedachten, realiseer ik me dat er een moment in het leven van mij en mijn dochter zal komen dat mijn belofte zeer ambitieus zal blijken te zijn. Waar is het moment dat het mis gaat? Wat bepaalt of mijn dochter een sterke, zelfstandige vrouw wordt die weloverwogen een studie, een carrière of een doel in haar leven kiest, of dat ze op haar achttiende met een tramp stamp op haar rug getatoeëerd, vier kinderen met zes verschillende mannen heeft en haar idealen niet verder reiken dan het eerstvolgende Lustig feest? Veel liefde en aandacht geven zult u zeggen. Maar hoeveel ouders hebben hun kind niet volop liefde en aandacht gegeven, om het kind tot hun ontsteltenis volledig te zien ontsporen? Ik ken een geval waar ouders hun dochter volop liefde hebben gegeven, een ideale jeugd van huisje-boompje-beestje compleet met bijbel hebben geschonken en de dochter nu Nederlands meest bekende pornoster is.

Wat is het toch? Zijn het alleen de omstandigheden waar onze kinderen op dat moment in verkeren die bepalend zijn en waarbij ze net de verkeerde keuze maken die ze de rest van hun leven zal achtervolgen? Betekent die verkeerde keuze dat jij als ouder gefaald hebt in je opvoeding? Ik heb ooit een verhaal gelezen over feodale Japanse strijders die hun hele leven trainden en werden gehard voor slechts één beslissende strijd. Is dat waar het omdraait? Dat wij al onze tijd, energie, liefde en aandacht in ons kind stoppen, zodat het juist op dat ene cruciale moment de juiste beslissing maakt? Of dat wanneer het kind een verkeerde keuze maakt, hij dit beseft en weet dat hij altijd op ons terug kan vallen voor steun, advies en hulp?

Als ouder kan je je kind niet eeuwig blijven beschermen en heeft het kind het recht om net zoals wij zijn eigen stommiteiten te begaan en zijn hoofd te stoten. Je gaat op een moment los moeten laten. Echter met afgrijzen luister ik naar de seksuele belevenissen van vijftienjarige meisjes welke zelfs mij rode oren bezorgen of wiens drank- en drugsgebruik menig junkie jaloers zouden maken. Het angstzweet breekt mij uit als ik denk wat mijn dochter te wachten staat als ze ouder is. Doe ik wel voldoende? Ben ik wel een goede vader? Zal ik de signalen tijdig herkennen wanneer het mis dreigt te gaan? Zal ze mij betrekken en in vertrouwen nemen bij de belangrijke beslissingen die ze neemt? 

Ik kijk naar mijn dochter die druk in de weer is met een speeltje.
“Haganah?”
“Ja pappa?”
“Bil!”
Mijn dochter barst weer in lachen uit. Ik pak haar op en druk haar tegen me aan. Zij tranen in haar ogen van het lachen en ik een brok in mijn keel. Ik ga haar eens los moeten laten, maar nu nog even niet.

5 juli 2010

Antwoord aan Sandew Hira II

Mijn waarde Sandew, je vindt de speld in de hooiberg niet door de hooiberg groter te maken. Het aanleveren van nog meer cijfermateriaal over de verschrikkingen van de slavernij verschaft nog steeds geen antwoord op het punt waar onze discussie om draait: hebben de nazaten van de slaven ruim 200 jaar na dato recht op herstelbetalingen? Mijn bezwaren in mijn vorig schrijven waren duidelijk en uitgaande van de vele berichten die ik heb mogen ontvangen hebben vele lezers die begrepen. Je vraagt om feiten? Goed, laat me beginnen met een feit.


De Universiteit van Amsterdam is tot de conclusie gekomen dat het onderzoek en feitenmateriaal van Zunder niet voldoet aan wetenschappelijke eisen. Er waren ernstige bezwaren tegen zijn rekenmethoden en gebrekkig bronnenonderzoek. Het cijfermateriaal waar jij zo kwistig mee rondstrooit staat dus om het zeer eufemistisch uit te drukken ter discussie. Maar ongetwijfeld zullen jullie de schuld daarvan leggen bij het neo-koloniaal of racistisch denken van de Nederlandse academische wereld.


In mijn laatste antwoord heb ik de herstelbetalingen van de Joden aangehaald. Inderdaad Sandew, het gelijktrekken van de herstelbetalingen van de slavernij met die van de Joden is één van de vele bezwaren die ik had na het lezen van het boek van Randall Robinson. Ik heb niet de gewoonte te citeren uit boeken die zich niet in mijn collectie bevinden of die ik niet op zijn minst heb gelezen. En het gaat er niet om dat de periode van de slavernij vele malen langer heeft geduurd dan de Holocaust, het gaat er om dat mensen die de verschrikkingen en gruwelijkheden van de Holocaust aan den lijve hebben ondervonden en na de oorlog nog in leven zijn of waren en als zodanig persoonlijk aanspraak konden maken op herstelbetalingen.


Sandew, ik kan jou in direct contact brengen met honderden, ja duizenden mensen die de getatoeëerde nummers van de concentratiekampen nog in hun arm hebben. Ik kan je in direct contact brengen met mensen die je tot in details kunnen vertellen hoe hun geliefden zijn afgevoerd, vernederd en vermoord. Alleen deze mensen konden een beroep doen op herstelbetalingen. Wederom een feit, beste Sandew of noem je deze getuigen ook verzinsels? Hoeveel mensen kan jij aandragen die direct te lijden hebben gehad als gevolg van de slavernij? De kinderen van de slachtoffers van de Holocaust, die het lijden van hun ouders met eigen ogen konden aanschouwen en boven wiens jeugd altijd de duistere wolken van hun ouders verleden hingen, konden nergens aanspraak op maken. Maar de nazaten van de slaven willen nu geld ontvangen voor gebeurtenissen die zich meer dan 200 jaar geleden hebben afgespeeld. Dus nee, de herstelbetalingen aan de Joden vormt geen argument om hetzelfde te doen voor de nazaten van de slaven.


In 1783 heeft een voormalige slavin na ruim dertig jaar voor haar meester te hebben gezwoegd, een petitie ingediend in de staat Massachusetts met de eis dat zij in aanmerking zou komen voor een vaste vergoeding voor haar gedwongen arbeid. En ze werd in het gelijk gesteld. Ze kreeg een jaarlijks pensioen toegekend voor haar arbeid. Weliswaar kruimels voor jarenlang gedwongen arbeid, maar een enorme morele overwinning welke ik toejuich. Iemand die de slavernij aan den lijve heeft ondervonden en die daar een vorm van herstelbetaling voor kreeg. Niet een nazaat die 200 jaar later het lijden van deze slaaf wil verzilveren.


En Sandew, ik heb de herstelbetalingen nooit in verband gebracht met jongeren met vlechtjes, tatoeages en piercings. Mijn argument is dat onze jongeren door deze levenswijze zichzelf diskwalificeren in de maatschappij en hun eigen ruiten ingooien. Jouw vergelijking met je overgewicht is onzinnig. Jouw overgewicht vormt geen belemmering als je ooit eens een serieuze baan in het bedrijfsleven ambieert of als je bij een ambtenaar je zoveelste subsidieaanvraag indient om je te kunnen laven aan de financiële vleespotten van het land dat jij klaarblijkelijk zo detesteert.


Onze jongeren met vlechtjes, tatoeages en piercings, kunnen mits ze aan het cliché beeld voldoen van succesvolle zwarte rapper of basketballer, een serieuze carrière vergeten en daarmee de hoop op een goede toekomst. Wij moeten elkaar in de ogen kijken en eerlijk zeggen waar het op staat. Ik adviseer jou en onze lezers de beroemde toespraak van Bill Cosby eens te lezen http://www.blackpast.org/?q=2004-bill-cosby-pound-cake-speech. Stop blaming the white man en leer verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen leven en daden.


Ja Sandew, ik heb morele en principiële bezwaren tegen herstelbetalingen. Net zoals het een absurde gedachte is om geld te vragen voor leed dat onze voorouders eeuwen geleden hebben geleden, is het absurd herstelbetalingen te vragen van nakomelingen van degene die 200 jaar geleden wellicht hebben geprofiteerd van de slavenhandel. Ik geloof niet in boetedoening voor de zonden van voorvaderen. En ja, Sandew, wat te doen met onze Afrikaanse broeders die een significante rol hebben gehad in de slavernij?


http://www.nytimes.com/2010/04/23/opinion/23gates.html?_r=2&pagewanted=1&ref=opinion


Een rol die jij marginaliseert vanwege je tunnelvisie omtrent de 30 zilverstukken die jij en Zunder aan Nederland vragen om hun geweten af te kunnen kopen. Een belediging aan het adres van onze voorouders.


Sta me toe te citeren uit een bericht van een lezer:


Beste heer Carbiere,


Als jonge zwarte vrouw van 30 jaar met mijn eigen huis en eigen vervoer, een redelijke baan en een hoopvolle toekomst, ben ik ontzettend trots op u, om de wijze waarop u heeft gereageerd op het commentaar van dhr Sandew Hira. Ik ben het volstrekt niet ermee eens dat wij (Afro-Surinamers) recht hebben op een herstelbetaling! Wij leven in de 21ste eeuw, hebben mogelijkheden die we kunnen benutten om wereld een betere plaats te maken voor ons en ons nageslacht. Er zijn nog te veel jongeren die geen beeld en visie hebben over hun toekomst. Ik vind ook dat wij voor wat betreft onze eigen ontwikkeling behoorlijk tekort schieten in de kennis van wat voor rol van betekenis de zwarten hebben gehad in de wereld. Ik voel mij in ieder geval niet zielig, en ik wil dan ook geen koperen cent herstelbetaling. Mijn advies aan iedere rechtgeaarde zwarte jongere, weet wie je bent, en weet waar je naar toe wil gaan. Ontwikkel een visie, en stop te kijken naar wat je niet kan en wat je niet hebt, maar kijk naar wat je wel kan, en wat je wel hebt, daar kan je mee vooruit komen!!!
Groet
NW


Dit, mijn waarde Sandew, is onze werkelijke schat. Sterke jonge mensen die met historisch besef de toekomst met rechte rug en het hoofd omhoog tegemoet treden. Het heeft ons generaties gekost om ons geestelijk te bevrijden uit het slavernijverleden en te belanden op het punt waar we nu zijn. Jullie koehandel met de herstelbetalingen bezie ik maar als de laatste stuiptrekkingen van een oude generatie die moeite heeft met de zeitgeist en zich niet heeft kunnen ontdoen van de mentale slavenbanden.


En hiermee, beste Sandew, beëindig ik onze discussie. Ik dank je voor de geboden gelegenheid. IJzer, wordt door ijzer gescherpt. Wij staan recht tegenover elkaar met ons standpunt ten aanzien van de herstelbetalingen, maar ik ga er vanuit dat wij ons beiden naar eer en geweten inzetten voor onze zaak. Tan bun.

29 juni 2010

Antwoord aan Sandew Hira

Met genoegen heb ik de reactie van collega Sandew Hira gelezen op mijn vorige column. Ik heb in mijn column mijn in Amerika opgedane ervaringen en mijn gedachten over de herstelbetalingen van de slavernij beschreven. Geen verzinsels, maar waarnemingen van succesvolle zwarten in Atlanta die zich niet in een slachtofferrol laten duwen. Ik heb een column geschreven en geen wetenschappelijk betoog of recensie van het werk van Armand Zunder, welke ik inderdaad nog niet heb gelezen. Ik heb echter wel het werk gelezen van Randall Robinson: The Debt: What America owes to the black. De discussie die Armand Zunder en Hira Sandew doen opflikkeren is niets nieuws en is al jaren geleden uitgekauwd in Amerika. Dus ja, ik heb ruim de gelegenheid gehad om een mening te vormen over dit onderwerp.


Voorstanders van herstelbetalingen van de slavernij verwijzen altijd naar de herstelbetalingen aan de Joden na WOII. Deze vergelijking klopt niet. Ten eerste was de Holocaust gericht op de stelselmatige vernietiging van het Joodse ras. Dit was nooit het geval bij de slaven. Deze waren ten slotte bezit en als zodanig moest de investering terug worden verdiend. De slaven moesten worden uitgebuit, niet uitgeroeid. Weliswaar lag het één, zoals de geschiedenis ons laat zien, vaak in het verlengde van de ander. Ten tweede speelde de Holocaust zich af binnen een tijdsbestek van enkele jaren. Dat wil zeggen dat een Jood al zijn bezittingen kwijtraakte, vervolgens met zijn familie naar een concentratiekamp werd afgevoerd, zijn hele familie voor zijn ogen werd uitgemoord en als hij het ‘geluk’ had dit alles te overleven, dan stond hij volledig berooid op straat. Voor onder andere dit soort situaties werd de regeling getroffen voor herstelbetalingen, welke overigens om principiële redenen door menig overlevende van de Holocaust resoluut werd geweigerd. Beweren Sandew en Zunder dat wij als nazaten van de slaven een vergelijkbaar lijden ondergaan vanwege het aangedane leed van onze voorouders meer dan 200 jaar geleden? In zijn betoog haalt Sandew aan dat een slachtoffer gecompenseerd moet worden voor leed en schade van een misdrijf. Volledig mee eens. Maar wie kan heden ten dage claimen direct schade te hebben geleden of een slachtoffer te zijn van de slavernij?


Als de academicus die hij is, stort Sandew een stortvloed aan cijfermateriaal over ons heen’ afkomstig uit het werk van Zunder om aan te tonen dat Nederland heeft geprofiteerd van de slavernij. Het uiteindelijke bedrag waar Zunder op uitkomt is 50 miljard euro. Een claim die Zunder overigens enkele jaren geleden nog had gesteld op 379 miljard euro. Sandew werpt mij voor de voeten dat ik geen feiten heb aangedragen in mijn column. Mijn waarde collega Sandew, mijn column en de discussie gaan ook niet over de rijkdommen die Nederland en diverse Nederlandse bedrijven over de ruggen van onze voorouders hebben vergaard. Dat zal niemand die zich ook maar enigszins in de Surinaamse en Nederlandse geschiedenis heeft verdiept, betwisten. De discussie is of wij als de nazaten aanspraak moeten, willen of kunnen maken op herstelbetalingen vanwege leed dat ruim 200 jaar geleden onze voorouders is aangedaan. En die discussie is niet louter gestoeld op feitenmateriaal maar op waarden en principes. Sandew en Zunder gaan ervan uit dat op grond van het materiaal dat zij aandragen, herstelbetalingen een automatisch gevolg daarvan zijn.
Neen is en blijft mijn mening. Omdat wij als nakomelingen geen recht hebben om geld te claimen voor iets dat zich honderden jaren geleden heeft afgespeeld en om principiële redenen, want zoals Shelby Steel een zwarte Amerikaanse onderzoeker en schrijver het zegt: when you trade on the past victimisation of your own people, you trade honour for dollars.


Daarnaast claimt Sandew dat ik iemands intellectuele vermogen koppel aan zijn levensstijl of verschijning. Ik moest mijn column even opnieuw lezen, maar ik begrijp nog steeds niet hoe hij tot die conclusie is gekomen. Mijn argument is dat deze jongeren de kansen die zij hebben verkwanselen door hun gedrag en handelingen. Wellicht in het overgesubsidieerde academisch wereldje waarin Sandew leeft, kan je als hoogleraar of wetenschapper als een geniale, excentrieke curiositeit overkomen met vlechtjes en een neusring. Maar ik nodig Sandew uit eens uit zijn academische ivoren torentje af te dalen en de dagelijkse werkelijkheid tot hem te laten doordringen. Een jongeman met tatoeages tot in zijn nek, vlechtjes en piercings komt niet eens in aanmerking om rekken te vullen in een supermarkt, laat staan dat hij een serieus bestaan kan opbouwen met een goede baan. Je kan dan een betoog houden over cultuur en vrije expressie of zelfs een bul overhandigen, maar je komt niet aan de bak. Onrechtvaardig? Zeker. Maar de bittere werkelijkheid.


Gedurende de slavernij heeft men geprobeerd de geest en het zelfstandig denken van onze voorouders te breken. Het heeft ons lange tijd gekost om dit te herstellen en te komen waar we nu zijn. Mensen die hun denken en doen in eigen hand hebben. Over hun eigen lot kunnen beschikken. Moeten wij nu weer in een knechtpositie terecht komen door om geld te vragen omdat wij als ras zogenaamd zielig zijn en in een achtergestelde positie verkeren?


In de kern zijn Sandew Hira, Armand Zunder en ik het met elkaar eens. De slavernij periode was een ongekende misdaad tegen de menselijkheid. Net zoals het bagatelliseren, vergoelijken of het niet of niet op de juiste wijze doorgeven van al datgene wat zich gedurende die periode heeft afgespeeld. Echter door de harde eis van herstelbetalingen op tafel te leggen, wordt de aandacht volledig afgeleid van de boodschap en wordt deze volledig ontkracht. Er wordt weer gekscherend gesproken over ‘die negers’ die op een makkelijke manier geld willen hebben voor iets dat zich honderden jaren geleden heeft afgespeeld.


“It is time for blacks to begin the shift from a wartime to a peacetime identity, from fighting for opportunity to the seizing of it.” Wederom woorden van Shelby Steel. De meeste van ons hebben genoeg gelegenheden die we kunnen benutten en aangrijpen om succesvol te zijn. Het verhaal van de herstelbetalingen kan bij onze jongeren weer de geest oproepen van de witte man die ons onderdrukt en waardoor wij in een vermeend benadeelde en slechte positie verkeren. En dat is verkeerd. Het slaat hen weer in de mentale ketenen waar we jaren geleden juist van zijn bevrijd.


De gedachte van mijn vorige column is dat wij als zwarte gemeenschap in de positie zijn om alles te doen en te bereiken wat in ons vermogen ligt. Dat is de boodschap die wij aan onze jongeren moeten overdragen. Grijp de mogelijkheden aan om te studeren en je te ontwikkelen. Probeer je op te trekken aan mensen die het beste in je naar boven halen en die je inspireren. Leer uit het verleden, maar laat het je niet beteugelen. Onze voorouders zijn niet gezweept, vernederd, over boord geworpen, zodat een paar honderd jaar later hun kinderen een cheque konden ontvangen. Groei op tot trotse en sterke mensen waar zij trots op zouden zijn geweest. Dat is hun werkelijke beloning en hun nalatenschap. De enige schuld die ingelost moet worden, is de schuld die wij hebben bij de oudere generaties om de verworvenheden waar zij voor hebben gevochten ten volle te benutten.