16 april 2010

Drogredenen

De gebeurtenissen rond de A-Combinatie boden mij genoeg stof om in een recordtijd een pracht van een nieuwe column te schrijven. Al mijn verbazing, ergenissen en afkeuring rond het gebeuren kon ik er in kwijt. Ik popelde om dit tekstje vol venijn en kritiek naar de redactie te sturen, maar ik heb de gewoonte om een column een paar uur te laten “rijpen” voordat ik hem opstuur. Noem het een literaire dwangneurose, maar zowel de inhoud, als de opbouw van wat ik schrijf moet kloppen. Ik ben opgevoed met de regel dat wanneer je iets doet, je het goed moet doen. Deze levensfilosofie maakt mijn leven in “no span”-Suriname niet altijd even makkelijk.


Het debacle rond de A-Combinatie was dan ook aanleiding voor een flinke stijging van mijn bloeddruk. Er is al genoeg over gezegd en geschreven, dus ik zal er niet te veel over uitweiden. Maar een politieke partij die niet eens in staat is om zich aan de regels voor registratie te houden, vervolgens aankomt met allerlei drogredenen om deze blunder goed te praten en dan ook nog meent de president te kunnen bellen om iets te regelen, verdient het absoluut niet om plaats te mogen nemen in welk college van staat dan ook. Niemand, behalve de A-Combinatie zelf valt iets te verwijten en mocht dankzij juridische spitsvondigheden of politieke belangen de A-Combinatie in de betwiste districten toch worden toegelaten dan gaan we een zeer spannende tijd tegemoet.


Uiteraard is de situatie rond de A-Combinatie het gesprek van de dag en de algemene opinie is dat de leiding van deze combinatie heeft geblunderd en de gevolgen daarvan maar moet accepteren. Maar de kritiek heeft in veel gevallen een hele nare ondertoon en heeft mij mijn oorspronkelijke column doen herschrijven.


Ik ben een overtuigd misantroop. In mijn optiek deugen de meeste mensen niet en zijn veel mensen onbetrouwbaar en egoistisch. Ik maak daarin echter geen onderscheid tussen afkomst en ras. Boven mijn bureau hangt een sticker die ik jaren geleden heb gekregen met de tekst: Ik ben onbevooroordeeld. Ik haat iedereen. Ik zag in mijn ergernis simpelweg een paar politici die enorm hadden geblunderd, hun zaken niet op orde hadden en in het geval van Ronnie Brunswijk een parvenu die als een hork mensen toebeet en de schuld bij iedereen behalve zichzelf zocht.


De opmerkingen die ik om mij heen hoorde waren echter zeer racistisch en stereotiep. Nu ben ik na ruim vijftien jaar Suriname zo langzamerhand wel iets gewend, maar ik had het zelden zo openlijk meegemaakt. Volkomen vreemden spraken mij aan om een opmerking te maken over “die bosnegers”. Relaties die onder de noemer keurige burgers vallen, drukten zich genuancdeerder maar niet minder bedenkelijk uit. “Ach ja, je kunt ze een goede studie laten volgen en een mooi pak aan doen, maar ze ontberen klasse en beschaving.”


Vandaag werd ik op kantoor geconfronteerd met een andere pijnlijke situatie. Een klant weigerde één van mijn creoolse medewerkers te ontvangen en wenste alleen een andere lichtkleurige binnen te laten. Toen ik in woede onstak, legde mijn assistente uit dat de klant in kwestie was beroofd, vermoedelijk door binnenlandbewoners. Complete generaties binnenlandbewoners zijn onder erbarmelijke omstandigheden opgegroeid in de stad. Helaas zijn de verleidingen en verlokkingen van de stad voor enkele van deze groep te groot en gebruiken zij geweld om zich bepaalde zaken toe te eigenen. Geen band meer met het binnenland en geconfronteerd met wantrouwen en openlijke racisme in de stad. Les Misérables van Suriname. Het verbaast me dat deze situatie niet meer Sampies heeft voortgebracht.


Met dit in gedachten betreur ik het dat het binnenland niet op een goede manier wordt vertegenwoordigd. Er zijn legio hardwerkende en goed opgeleide binnenlandbewoners die de achterstand van hun mensen op goede wijze kunnen aanpakken en hun achterban op een eerbiedige manier kunnen representeren. Echter zullen zij, net zoals dat voor de andere politieke partijen geldt, zich moeten ontdoen van de oude politieke garde die louter hun eigen belang schijnt te dienen en om ons van het beeld af te helpen dat een figuur als Ronnie Brunswijk het beste is dat het binnenland voort kan brengen.

1 april 2010

Gezond ambtenarenapparaat

Het heeft me vele jaren gekost te leren hoe om te gaan met de Surinaamse ambtenaar. In het begin kon ik fel reageren als ik weer eens werd geconfronteerd met onverschilligheid of met een bureaucratie waar een doorsnee Oostblokland nog een puntje aan kan zuigen, maar gaandeweg kwam ik tot de ontdekking dat het beter vliegen vangen is met stroop. Met het verstand op nul, een kramp veroorzakende lach van oor tot oor en met een zoetgevooisde stem kan je bijzonder ver komen.


Helaas ging het de afgelopen week mis. Een vrij standaard procedure die ik via mijn advocaat was gestart, was ergens gestrand binnen het ambtenarenapparaat. Diverse telefoontjes en verzoekschriften leverden niet het door ons gewenste resultaat op. Ik trok de stoute schoenen aan en begon op aanwijzing van mijn advocaat het af te leggen traject te volgen door simpelweg binnen te stappen bij de verantwoordelijke afdelingen. Mijn verstand liet ik deze keer op volle toeren draaien en mijn lach en stroop doordrenkte stem, had ik ingeruild voor een vastberaden blik en een onheilspellend zacht stemvolume.


Het werkte. Binnen een paar uur tijd had ik vier overheidsgebouwen bezocht, bij een ontelbaar aantal dames aan het loket gestaan, zes afdelingshoofden gesproken en een doos chocolade gekocht voor een dame wiens functie mij nog steeds een raadsel is, maar die mij wel enkele noodzakelijke stukken in handen stopte en mij de juiste richting opstuurde. Een ambtenaar had een fout gemaakt en het stuk was ergens op een bureau beland. Niemand had zelfs maar de moeite genomen ons te verwittigen. Niets. Een ambtenaar maakt een fout en je stuk verdwijnt in een lade of op één van de vele onheilspellende stapels dossiers die zo kenmerkend zijn voor menig overheidskantoor.


Na deze ervaring moest ik denken aan de 53-jarige Amerikaan die zichzelf enige tijd geleden met een klein vliegtuigje te pletter heeft gevlogen tegen een kantoor van de Amerikaanse fiscus. Mijn eerste reactie was een besmuikt lachje, welke al spoedig overging in een grote bewondering nadat duidelijk werd dat het enige dodelijke slachtoffer de man zelf was. De eenzame en tot wanhoop gedreven burger die het als een ware Don Quichotte opneemt tegen het immense en logge overheidsapparaat. Geweld valt zelden goed te praten, maar de bevende en hakkelende geïnterviewde ambtenaren die het gebeuren hadden meegemaakt, boden mij een mooi en vergenoegzaam schouwspel.


De kans dat iets dergelijks zich in Suriname zich zal voordoen is gelukkig klein. De gemiddelde Surinamer heeft zijn eigen leventje te lief om zichzelf te pletter te storten op een stoffig en krakkemikkig overheidsgebouw. Veel liever luchten wij ons hart op feestjes of in de kroeg. De verhalen over te vroeg gesloten loketten, boos kijkende dames die vol dedain een formuliertje voor je smijten en je verwijzen naar een andere duistere afdeling waar je je voor een zoveelste plakzegel moet aanmelden zijn bekend.


En toch. De woede die je als burger voelt wanneer je wordt geconfronteerd met een log ambtenarenapparaat en bureaucratie. Een ambtenarenapparaat dat het zich tot doel lijkt te hebben gesteld zoveel mogelijk hindernissen en frustraties op het pad van de burger te moeten leggen. Je kritiek uiten is in veel gevallen aan dovemansoren besteed. De doorsnee ambtenaar heeft zijn positie te danken aan het feit dat hij tijdens de verkiezingen het juiste vlaggetje op zijn erf heeft laten wapperen en niet vanwege een of andere geleverde educatieve prestatie. Een woede-uitbarsting is ook ten zeerste af te raden omdat deze wordt beloond met het op miraculeuze wijze verdwijnen van je aangevraagde of ingeleverde stukken.


Nee, de enige hoop is op een doortastende en moedige regeringsleider die een eind maakt aan het uitdelen van ambtenarenfuncties als dank voor bewezen diensten en die het mes zet in het ambtenarenapparaat.
Een regeringsleider die zijn ambtenaren daadwerkelijk gaat afrekenen op geleverde prestaties en die het belang van de burger en het land centraal stelt in plaats van het te behalen pensioen en de medische voorzieningen van de ambtenaren. Een regeringsleider die bereid is zijn… ah, dus toch, politieke carrière in de waagschaal te stellen. De Surinaamse regeringsleider die daadwerkelijk de moed heeft het ambtenarenapparaat aan te pakken, zal vermoedelijk zijn politieke leven in een nog grotere knal dan de voornoemde Amerikaan uit elkaar zien spatten.

23 maart 2010

Mijn ooms 'slachtoffer en verdachte'

Mijn persoonlijke herinneringen omtrent de 8 decembermoorden spelen zich af in een kamer in ons familiehuis in Den Haag. De familie in Nederland kwam in een paniekerige situatie bijeen, en ik werd tezamen met neefjes en nichtjes in een slaapkamer geduwd. Er was iets ergs gebeurd in Suriname.


Suriname was voor mij een ver land waar de familie met weemoed over sprak. Met ieder verhaal werd het land idyllischer. Mijn grootvader kwam altijd met heel veel cadeautjes en lekkernijen uit Suriname en met grote flessen whisky van wel een meter lang. Suriname moest wel een heel bijzonder land zijn. Plotseling waren soldaten de baas in Suriname en de gesprekken over Suriname waren sindsdien minder vrolijk en gezellig dan voorheen.


Nu was er dus iets ergs gebeurd en de familie kwam in spoedberaad bijeen. In de kamer waar wij met elkaar zaten, was het normaal gesproken altijd dolle pret. We speelden spelletjes, stoeiden met elkaar, lazen stripboeken en haalden kattenkwaad uit. Nu was de stemming bedrukt en zaten wij naast elkaar op het bed en op de grond en probeerden we op te vangen wat de volwassenen in de kamer naast ons bespraken. Plots werd de deur opengegooid en werden een neefje en nichtje de kamer binnen geduwd, waarna de deur weer met een klap werd dichtgetrokken.


De twee nieuwe lotgenoten bleven bij de deur staan en keken naar de rest van ons.
“Ze hebben een oom doodgeschoten. De soldaten. In Suriname.”
Een ieder keek verbouwereerd naar de twee.
“Welke oom?”, verbrak een nicht de stilte.
De twee haalden hun schouders op en lieten zich op dezelfde plek waar ze stonden op de grond zakken. Ik keek naar mijn nicht. Waarom zouden soldaten een oom van ons willen doodschieten?


Naar ons gevoel zaten wij uren in de kamer en waren we bang dat men ons was vergeten. Niemand van ons durfde de kamer uit te gaan om te vragen wat er aan de hand was. Plots ging de deur open en kwam er een tante binnen met een dienblad met glazen stroop. Normaal zouden wij haar bestormen, maar niemand verroerde zelfs maar een vinger. Blijkbaar zag ze onze vragende en bezorgde ogen. Ze zette het blad neer en terwijl ze de deur openliet liep ze naar de rest van de familie waar we haar hoorden vragen wat ze ons moest vertellen.


Ze vertelde ons de naam van de oom. Ik kende hem niet.


Afgelopen week stond een andere oom van mij, Wim Carbière, in de beklaagdenbank van het 8 decemberproces. Het is kenmerkend voor de kleine, Surinaamse gemeenschap. Een oom in de verdachtenbank en de naam van een andere oom, Bram Behr, op een gedenkplaat in Fort Zeelandia.


Ik had met Wim te doen. Als jongeman van 21 werd hij als militair opgedragen zijn neef Bram Behr op te halen. Hij weigerde en kreeg opdracht iemand anders op te halen. Kort daarna lagen er 15 ontzielde lichamen in het mortuarium waaronder zijn neef Bram en de gevangene die hij had opgehaald en afgeleverd bij het fort. Wim was kapot en net zoals vele betrokkenen loopt hij tot de dag van vandaag met krassen op zijn hart en zijn ziel. Bijna 30 jaar later en met wijsheid achteraf is het makkelijk om een oordeel te vellen over een angstige jongeman die vermoedelijk naar eer en geweten handelde.


Tijdens de laatste herdenkingsdienst in het fort was ik ook aanwezig. Ik vond het er onbehaaglijk. Veel nabestaanden stralen een wij-tegen-de-rest gevoel uit en het dedain waarmee sommige nabestaanden journalisten toesnauwden en de Surinaamse maatschappij en rechtsstaat beschimpten doet de nagedachtenis van de 15 slachtoffers geen eer aan.


Ik keek naar de foto van Bram. De afgelopen jaren hebben veel van zijn voormalige vrienden, collega’s en geestverwanten mij over hem verteld. Een bijzonder sociaal bewogen man.
In de familie doet het verhaal de ronde dat Bram steeds als hij nieuwe schoenen kreeg, hij deze vervolgens weggaf aan anderen die op blote voeten liepen. Bram was ook een begenadigd violist.


Ik ben nu jaren ouder dan Bram was toen hij werd vermoord. De tijd stilgezet. Stil geschoten. Tijdens mijn vroegere journalistieke werkzaamheden, dacht ik vaak aan Bram. Zou ik het lef hebben gehad om via mijn pen de wanpraktijken en misstanden van het toenmalige militaire bewind aan de kaak te stellen? Bram was medeoprichter van de Communistische Partij Suriname, zou ik het als liberaal überhaupt met hem hebben kunnen vinden?


Ik verliet het fort voortijdig. Ik keek nog even naar de plek waar Bram zijn laatste momenten heeft doorgebracht. Hoe zou hij zich hebben gevoeld? Hoe zou hij zich hebben gedragen, staande voor zijn moordenaars? Hoe zou hij aankijken tegen de bijna mythische proporties die hem en de overige slachtoffers inmiddels worden toegedicht? Ik weet het niet. Ik heb hem niet gekend en zal hem ook nooit kennen.

17 maart 2010

Somohardjo, straatvechter in een jasje

Op de lagere school had ik een vriendje genaamd Wouter. Wouter was klein van stuk en het gemis aan lengte probeerde hij te compenseren met een grote mond en grappig zijn. Zijn grote mond bracht hem vaak in problemen en wij als zijn vrienden hebben menig robbertje moeten vechten om Wouter uit de handen van zijn belagers te redden. Regelmatig streek Wouter ook ons tegen de haren in, maar wist hij door een goed getimede grap een pak rammel te voorkomen. Of hij zichzelf overschatte of dat hij echt dapper was weet ik tot op de dag van vandaag niet, maar ik heb Wouter eens de bullebak van de school zien aanvallen. De jongen met het postuur van een kankantrie was net als wij totaal verbijsterd en moest een paar rake klappen incasseren.


Het hele schoolplein hield de adem in en wachtte het moment af tot de bullebak Wouter alle hoeken van het plein zou laten zien. Hij wierp Wouter echter een meter van zich af en tot onze verbazing en ongetwijfeld Wouters’ geluk liep hij weg. Met een brede grijns liep Wouter op ons af. Ook bij de lerares kon hij vaak een potje breken. Met gedrag waarvoor wij beloond werden met het schrijven van honderd regeltjes op het schoolbord, kwam Wouter gewoon mee weg. De lerares had simpelweg geen zin in gehaal en getrek met Wouter en deed de zaak vaak af met een waarschuwing.


Om de een of andere reden moet ik vaak aan Wouter denken als Paul Somohardjo weer eens een stunt heeft uitgehaald. Niet dat ik Somohardjo tot mijn vriendenkring reken. Integendeel. Ik kan me een akkefietje van een paar jaar geleden nog voor de geest halen. Eén van mijn medewerksters belde een klant op haar mobieltje over een openstaande rekening. De dame in kwestie nam de hele dag haar mobiel niet op, maar ruim na sluitingstijd werd ik teruggebeld en had ik tot mijn verbazing Somohardjo aan de lijn die zich aankondigde als de Assembleevoorzitter. Een onsamenhangend gebrabbel volgde welke door mij vervolgens maar werd beëindigd met een lach en het verzoek of de bewuste dame zelf contact kon opnemen in plaats van haar assistent te laten bellen.


Mijn eerste kennismaking met Somohardjo was jaren geleden via de Nederlandse televisie. In een praatprogramma werd Somohardjo belaagd door een beer van een man. Zonder ook maar een moment te aarzelen sprong Somohardjo op en gaf zijn belager een dreun. Voor zijn geluk kwamen studiomedewerkers tussen beiden, anders werd onze Assembleevoorzitter in spe waarschijnlijk voor het oog van televisie kijkend Nederland tot pulp geslagen. Alles behalve charmant. En toch. Ik betrap mezelf vaak op een besmuikt lachje als ik de capriolen van Somohardjo gadesla.


Hoe je het wendt of keert, Somohardjo komt met veel weg en zijn partij is de enige partij binnen het Nieuw Front die groeit. Daar waar de NPS uitgeblust en stuntelend overkomt, de VHP haar handen vol heeft aan interne strubbelingen en datgene wat er nog van de SPA over is verdampt, expandeert de Pertjajah Luhur. Somohardjo domineert en bespeelt het nieuws, al of niet bewust, op een kundige wijze. Je kan geen krant openslaan of actualiteitenrubriek volgen of je hoort hakkelende Nieuw Front leiders die hun frustratie nauwelijks weten te onderdrukken en zich laatdunkend uitlaten richting Somohardjo. Zijn aanhang vindt het prachtig en zijn populariteit groeit.


De beschuldigingen en het natrappen van de overige Nieuw Front partijen komen overigens een beetje flauw over. Er zijn genoeg gelegenheden geweest waarbij het Nieuw Front of de president afscheid had kunnen nemen van de Pertjajah Luhur, maar de emmer van de president kon toen klaarblijkelijk veel hebben. Zelfs toen na het zoveelste grondschandaal er diverse Nieuw Front coryfeeën moord en brand schreeuwden in de Assemblee, weigerden dezelfde afgevaardigden een motie van wantrouwen tegen minister Jong Tjien Fa te ondersteunen. Slechts schaamte rest hen.


De uitspraken deze week van een Nieuw Front topper waren wel het summum. Somohardo zou alleen maar uit zijn op zetels en regeermacht!Pardon? Is niet het doel van iedere politieke partij het behalen van een maximale winst bij verkiezingen?In dezelfde adem als waarin deze dubieuze uitspraak werd gedaan, wordt vervolgens zonder zelfs maar met de ogen te knipperen gemeld dat de VHP weigert een plek in Nickerie te geven aan DA’91. Deze plek werd overigens ook nog ingevuld door Pertjajah Luhur.


Wie Somohardjo is, hebben we vorig jaar kunnen zien. Hoe genoeglijk het in elkaar zien trappen van Rashied Doekhie voor velen moet zijn geweest, het was een blamage voor Suriname. Somohardjo is een straatvechter in een jasje, die de taal van het volk spreekt en de gevestigde politieke partijen met hun eigen wapens bestrijdt. Somohardjo heeft voor zijn achterban het onderste uit de kan weten te halen en ik kan me het hoongelach vanuit de voorzitterskamer richting de Nieuw Front leiding voorstellen. Terwijl Somohardjo weer de telefoon oppakt om in de hoedanigheid van Assembleevoorzitter een crediteur van een van zijn vrouwelijke aanhangers af te schrikken, moet hij zich verkneukelen op het vooruitzicht om op 25 mei zijn voormalige coalitiegenoten in het stof te doen bijten.