10 maart 2010

Het blonde gevaar

De teerling is geworpen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in Nederland heeft de PVV van Geert Wilders grote successen geboekt. Als de gemeenteraadsverkiezingen een voorbode zijn voor wat er in de rest van Nederland zal gebeuren tijdens de Tweede Kamer verkiezingen, dan gooit Wilders hoge ogen voor het premierschap.


Tot aan Suriname paniek alom. Wilders wordt afgeschilderd als de verpersoonlijking van het kwaad. Een racist, een nazi, extreem-rechts, een populist, een volksmenner en ga zo maar door. Personen en dagbladen in Suriname die hun mond vol hebben over democratie en het recht van vrije meningsuiting, komen woorden tekort in hun afkeuring van het blonde gevaar aan de overkant van de oceaan. Ze ondersteunen de oproep van linkse Nederlandse partijen om een cordon sanitaire te smeden tegen de PVV. Democratie is leuk, zolang het ons uitkomt. Wanneer het volk een stem uitbrengt die ons niet bevalt zijn on-democratische foefjes als een cordon sanitaire blijkbaar geoorloofd.


Als je de berichten mag geloven, wordt bij winst van de PVV plotseling iedere Nederlander een racist die niet kan wachten om de grenzen op slot te doen, veilig achter de dijken weg te kruipen en het leven van de achtergebleven allochtonen zo veel als mogelijk te vergallen. Ik heb ruim 25 jaar in Nederland gewoond en kijk daar met plezier op terug. Voor zover ik weet ben ik nooit geconfronteerd met racisme, terwijl ik een groot deel van mijn jeugd in blanke enclaves als Wassenaar heb doorgebracht. Ik heb Nederlanders leren kennen als mensen die het hart op de tong hebben. Als iets ze niet bevalt, steken ze het niet onder stoelen of banken.


Het sociaal-democratische beleid in Nederland heeft met name in de grote steden tot een grote aanwas van allochtonen geleid. Personen die de loftrompet afsteken over de multi-culturaliteit zijn duidelijk niet verder geweest dan de Flevohof of de Efteling. Werkloosheid, criminaliteit, armoede en getto vorming. Degene onder de autochtone bevolking die het zich konden veroorloven trokken weg. De achterblijvers zien zich geconfronteerd met mensen die nauwelijks tot geen Nederlands spreken en zien hun huis verdwijnen onder de dreigende schaduw van minaretten. Hun dochters worden in zwembaden onzedelijk betast door groepjes Marokkanen en hun zonen worden op school in elkaar geslagen.


Overdreven? Ik heb gedurende mijn laatste jaren in Nederland de geneugten van de ontspoorde multi-culturele samenleving aan den lijve ondervonden. Wanneer ik met mijn blonde langharige vriendin tijdens koopavond door Rotterdam liep kreeg ze van groepjes Marokkanen alles behalve vleiende opmerkingen naar haar hoofd geslingerd. In een bioscoop moesten een vriend en ik twee Nederlandse meisjes te hulp schieten die tijdens de film werden lastiggevallen door een vijftal Marokkaanse schoffies die in gebroken Nederlands de anatomie van de meisjes bespraken en suggesties deden wat ze daarmee wilden doen. Na afloop werden mijn vriend en ik opgewacht door opgetrommelde vriendjes en familieleden van de schoffies, die vervolgens op scootertjes om ons heen cirkelden en ons uitdaagden. Ons postuur deed hen vermoedelijk twee keer nadenken om de zaak te laten escaleren.


Ik weet niet of Wilders een racist is. Ik zou het waarschijnlijk wel zijn geworden als ik vanwege opmerkingen over misstanden binnen een bepaalde bevolkingsgroep en religie jarenlang als een paria moest onderduiken en mij niet meer vrij kon bewegen. Wilders verwoordt de problemen waar duizenden Nederlandse autochtonen en allochtonen mee worden geconfronteerd. De suggestie dat bij electoraal gewin van de PVV Nederland en masse racistisch zal worden is net zo onzinnig als beweren dat na de gebeurtenissen op Albina Surinamers moordende en verkrachtende racisten zijn.


Natuurlijk zijn er racistische en bekrompen Nederlanders, maar om de doorsnee Nederlander als dusdanig te bestempelen is simplistisch en te kort door de bocht. Duizenden Nederlandse autochtonen bezoeken de vele culturele festivals om te genieten van exotische muziek, lekkernijen en omgang met verschillende bevolkingsgroepen. Wie wel eens het Kwakoefestival in Nederland heeft bezocht kan daarvan getuigen. Zo hoort het te zijn in een multi-culturele samenleving. Op een respectvolle wijze openstaan en genieten van elkaars cultuur.


Ieder mens wil in een vertrouwde omgeving wonen en zijn kinderen gelukkig zien opgroeien. Die wens wordt in veel grote Nederlandse steden letterlijk bedreigd. Als er dan geen gehoor wordt gegeven aan je noodkreet, en je op de koop toe ook nog voor racist wordt uitgemaakt dan is het kruisje voor de PVV snel gezet. De gevestigde politieke partijen in Nederland hebben gefaald te luisteren naar de man op de straat en Wilders speelt daar handig op in. In plaats van spastisch te reageren zou het goed zijn om het debat aan te gaan en eens echt te gaan kijken wat er in de grote steden leeft.

2 maart 2010

Bijtertje van de Surinaamse politiek

Jiwan Sital stopt. Jammer, ik ga hem missen. Er zijn weinig parlementariërs naar wie ik met plezier luister. Veel parlementariërs wekken de indruk dat de vergaderingen een vervelende bijkomstigheid zijn van hun functie. Als ze al op komen dagen hangen velen verveeld onderuit gezakt in hun stoel, spelen met hun mobieltje of zitten te knikkebollen. Zo nu en dan springt men op voor een interruptie die zowel taalkundig als inhoudelijk kant noch wal raakt.


Uiteraard zijn er enkele die hun taak en verantwoordelijkheid wel serieus nemen. Wanneer een debat uit de hand dreigt te lopen of als er een onzinnige uitspraak wordt gedaan, zijn de rustig en vakkundig afgewogen woorden van Otmar Rodgers vaak voldoende om de gemoederen tot bedaren te brengen. Als geen ander kent Rodgers het reilen en zeilen van het parlement. De Cicero van de Surinaamse politiek. Ik geniet van zijn kwinkslagen, zijn sporadisch geveinsde onnozelheid en zijn spraak. Soms krijg ik de indruk dat Rodgers ook zelf schijnt te genieten van zijn eigen stem, als een soort verbale masturbatie.


Dan is er Jiwan Sital. Niet alleen mij deed hij recht op zitten als hij zich naar de microfoon begaf, maar ook menig minister en ambtenaar. Sital deed zijn huiswerk en wanneer hij iemand op de korrel nam, kon je ervan uitgaan dat zijn beschuldigen op waarheid berustten. Ik kon genieten van de vurige wijze waarop hij sprak als hij weer een onoirbare zaak aankaartte, zijn prooi het vuur aan de schenen leggend. Of het nou de coalitie, de oppositie of een of ander maatschappelijk onrecht betrof, als hij onrecht rook zette hij zijn tanden erin.


Ik kan me de beelden van een paar jaar geleden nog voor de geest halen. Een deel van zijn achterban, boeren en landbouwers, werd tijdens een betoging door de oproerpolitie tegengehouden met traangas en de wapenstok. Plotseling zag ik Sital met betraande ogen tegen de vlakte gaan. Als “de Verlosser” werd hij door zijn aanhang weggedragen terwijl de camera’s draaiden. Toegegeven, ik voelde een lichte tinteling van plaatsvervangende schaamte, maar deze werd snel weggedrukt door bewondering. Wat een politicus! Gedramatiseerd of niet, hij stond daar op de bres met zijn mensen, herkende het politieke momentum en was er bij om die te verzilveren.


Een politicus pur sang, maar wel eentje met principes. Onder Jules Wijdenbosch nam zijn partij in combinatie verband deel aan de regering. Echter na onvrede over het gevoerde beleid en vermeende corruptie stapte hij al snel op om plaats te nemen in de bankjes van de oppositie. Ook bij de laatste verkiezingen sloeg hij om principiële redenen uiteindelijk het aanbod van Het Nieuw Front voor regeringsdeelname af. Bravo!


Helaas bespeur ik in zijn woorden teleurstelling en bitterheid. Wat betekent het voor Suriname wanneer politici met principes en een duidelijke uitgesproken mening niet verkozen worden?
Van een van de stokpaardjes van Sital, het voor de verkiezingen benoemen van de kandidaten voor belangrijke regeringsposities, begint zijn opvolger nu al afstand te nemen. Wat de uitslag van de verkiezingen ook mag zijn of wat voor capriolen zijn opvolger dan ook mag uithalen, Jiwan Sital kan tevreden terugblikken op zijn politieke carrière. Wat meer kan er van een mens worden verwacht, dan dat hij naar eer en geweten het beste van zichzelf heeft gegeven? Met het vertrek van Jiwan Sital is de politiek een stuk saaier geworden. Het bijtertje van de Surinaamse politiek.
Ik ga hem missen.

25 februari 2010

Vox populi

Volgens het democratische principe is iedere stem even veel waard. One man, one vote. Het gelijkheidsprincipe is echter een absurd romantisch en doorgeschoten begrip dat zijn oorsprong vindt in het humanisme. Ik voel me absoluut niet gelijk aan lieden die onlangs op Albina een pogrom ontketenden tegen Chinezen en Brazilianen.


Net zo min zie ik mijn gelijke in personen die er een hedonistische levensstijl op nahouden en wiens enige levensdoel bestaat uit het bevredigen van primaire behoeften. Democratie is de terreur van de meerderheid. En deze meerderheid is nauwelijks in staat zijn eigen broek op te houden of een noemenswaardige invulling te geven aan zijn bestaan. Waarom dan aan de meerderheid het stemrecht geven om de ontwikkeling van het land en de natie te bepalen?


Onlangs is een kennis van mij in het huwelijk getreden. Weinigen waren enthousiast over haar nieuwe echtgenoot en ik vroeg haar waarom haar keuze op de man in kwestie was gevallen. Het antwoord ging niet dieper dan de aantrekkelijke en stoere verpakking van de jongeman.


Datzelfde principe hanteren velen bij het invullen van het hokje tijdens de verkiezingen. Het gros van de stemmers stemt met de onderbuik. Op een vaak tenenkrommende wijze spelen politici daar op in. Verkiezingsprogramma’s worden niet geschreven. Waarom zou men ook? Het literair niveau van het electoraat beperkt zich over het algemeen tot sms’jes of het sportkatern van de krant. Het gaat om de verpakking en niet om de inhoud.


Personen die over het algemeen het toonbeeld zijn van eruditie, beschaafdheid en ingetogenheid, maken op verschillende podia plotseling een intellectuele knieval en uiten zich in de taal van de straat op denigrerende wijze over hun politieke tegenstanders. Banale en suggestieve opmerkingen worden gemaakt, afgewisseld met lege oneliners en andere loze verkiezingsbeloften. Het publiek verkeert in extase, wappert met de partijvlag en het kruisje voor de naam van de stoere en komische man is weer verzekerd.


Het geheugen van het electoraat is over het algemeen zeer beperkt, met als gevolg dat het land als op de golven van de zee heen en weer wordt geslingerd zonder noemenswaardige ontwikkeling. Als ik morgen besluit schaafijs te gaan verkopen op het Onafhankelijkheidsplein, heb ik een stapel documenten nodig vol goedkeuringen, stempels, handtekeningen en uiteraard de door de overheid zo geliefde plakzegels.


Maar om te gaan stemmen, waarbij, zo veronderstellen we, toch het lot van het land in het geding is, zijn er behalve mijn leeftijd geen kwalificaties vereist. Vreemd. U voelt hem al aankomen. Er zou een drempel moeten zijn om het kieshokje te mogen betreden. Minimaal een afgeronde middelbare schoolopleiding? Of moeten we politieke partijen verplichten een verkiezingsprogramma te schrijven en middels een test te controleren of de kiezer op de hoogte is van de daarin vermelde punten? Vul maar in. In elk geval moet het afgelopen zijn met de “wie-lijkt-op-mij, die stemt-op-mij”-norm.

23 februari 2010

God in de politiek

Ik ben geen democraat. Ik heb een Joods-Christelijke achtergrond en dat maakt me in wezen een theocraat. Dat woord is heden ten dage niet populair en wordt geassocieerd met lang bebaarde mannen die met een heilig geschrift in de ene hand en een geweer in de andere, allerlei verwensingen en onheilsboodschappen over andersdenkenden heen braken. Of met keurige roomblanke heren die met het andere heilige geschrift in de hand hel en verdoemenis uitspreken over een ieder die zondags niet naast hun in de kerk zit.


Onlangs sprak een bekende Amerikaanse geestelijke zich uit over de afschuwelijke gebeurtenis die zich in Haïti heeft voorgedaan. In zijn betoog gaf hij aan dat de Haitianen deze ramp aan zichzelf te wijten hadden vanwege hun voorliefde voor voodoo. God houdt niet van voodoo, dus doodde hij maar ruim 200.000 mensen. Momenteel circuleert er een mailtje door Suriname met een soortgelijke boodschap.


Allerlei theologische theorieën worden aangehaald om aan te tonen dat de Haitianen deze ramp aan zichzelf hebben te danken. Ik vraag me af of God niet moe wordt van al die mensen die beweren te weten wat zijn motieven en beweegredenen zijn. Mensen die weten wat voor kleur behang er bij Hem in de woonkamer hangt en die zich opwerpen als Zijn woordvoerder en executeur.


Een sympathiek politiek partijtje in Suriname probeert nu met God in het vaandel regeermacht te behalen. Los van het feit dat God er in zijn geschriften vrij duidelijk over is dat Zijn aanhangers zich niet met iets pedant als menselijke politiek moeten inlaten, is God in de politiek om meerdere redenen niet wenselijk. Een maatschappelijk debat over abortus, euthanasie of de doodstraf botst bij religieuze partijen al gauw op de dooddoener: maar God wil het zo! Daarnaast heeft de geschiedenis bewezen dat er niets zo polariserend werkt als religie.


Politiek is het bereiken van consensus, water bij de wijn doen. Hoe ver is een religieus georiënteerde partij bereidt dit te doen? Daarnaast is het aanmatigend om met een zogenaamd goddelijke goedkeuring het politieke toneel te willen betreden en zodoende een claim te willen leggen op het monopolie van de moraliteit. Ik kan me volledig terugvinden in de woorden van Winston Churchill: democratie is de slechtste regeringsvorm, op alle andere methoden die al geprobeerd zijn na.


Ons niveau van democratisch gestel hebben we het afgelopen jaar kunnen aanschouwen. Over elkaar heen rollende en trappende parlementariërs. Met minirokjes zwaaiende en denigrerende opmerkingen makende afgevaardigden. Deze gebeurtenissen zijn voor mij steeds weer een bevestiging van mijn mening over de democratie en als mens wens ik mij verre van dit soort taferelen te houden. Hoeveel te meer geldt dit dan niet voor God? Politiek is mensenwerk, en daar dient God tot Zijn bestemde tijd ver boven verheven te blijven.